Blog

Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt nieuwssite aansprakelijk voor lezersreacties

Geschreven door Edwin Jacobs op maandag 13 juli 2015 in de categorie E-business met de tags , , .

In een opmerkelijke uitspraak heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna EHRM) gesteld dat het aansprakelijk stellen van de grootste nieuwssite van Estland, Delfi.ee, niet tegenstrijdig is met het recht van Delfi.ee om informatie te verspreiden. Dit is van belang voor eCommerce, online platformen, marktplaatsen, veilingen,  wettelijke regels over verkopen via internet, enz.

Lees meer

7 juridische uitdagingen voor elektronische handel in Europa

Geschreven door Edwin Jacobs op dinsdag 2 september 2014 in de categorie E-business met de tags , , .

Het enorme potentieel van het internet voor het verwerven, verkopen en vermarkten van diensten en produkten is duidelijk. In de Europese Unie heeft elektronische handel of e-commerce zich in een relatief kort tijdsbestek ontwikkeld tot “big business”, waarbij bedrijven hun produkten en diensten makkelijk dan vroeger kunnen aanbieden. Hieronder bespreken we kort 7 juridische uitdagingen waarmee e-commerce in de Europese Unie momenteel heeft af te rekenen.

Lees meer

Nederlandse Banken en Consumentenbond Akkoord over Veilige Regels Internetbankieren

Geschreven door Edwin Jacobs op maandag 31 maart 2014 in de categorie E-business met de tags , .

De Nederlandse Vereniging van Banken zijn met de Consumentenbond tot een akkoord gekomen inzake regels voor veilig elektronisch bankieren en betalen.

Nederlandse Banken en Consumentenbond Akkoord over Veilige Regels Internetbankieren. De regels zijn vanaf 1 januari 2014 van toepassing op alle particuliere klanten (dwz alle niet-professionele klanten) van Nederlandse banken en zullen na één jaar geëvalueerd worden.

Lees meer

Nieuwe Regels voor E-Commmerce

Geschreven door Davide Maria Parrilli op maandag 31 maart 2014 in de categorie E-business met de tags , , .

Vanaf 13 juni 2014 zal de Richtlijn (2011/83/EU) betreffende Consumentenrechten de bestaande Richtlijnen betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten en de bescherming van de consument bij buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten vervangen.

Lidstaten werden verplicht om de nieuwe Richtlijn in hun respectieve nationale wetgeving om te zetten tegen 13 december 2013, waarna de wetgeving zes maanden later van kracht ging. De Belgische wet werd eind 2013 gepubliceerd.

Lees meer

Benelux Banken Winnen Zaken Domeinnamen

Geschreven door Frederic Debusseré op woensdag 16 oktober 2013 in de categorie E-business

Twee financiële instellingen in de Benelux, ING en Belfius, hebben geschillen gewonnen tegen domeinnaam “squatters”. Deze gevallen illustreren hoe, met de juiste benadering,  merkhouders hun belangen snel en efficiënt kunnen verdedigen in dit deel van cyberspace.   

Het geval van ING betrof een .com topleveldomeinnaam en “cybersquatting”, terwijl het geval van Belfius te maken had met een .be national-level domeinnaam en een ander geval van “squatting”, wat “typosquatting” genoemd wordt. Ongeacht deze verschillen, delen beide zaken enkele interessante aspecten die hieronder worden besproken.

ING - inghomebank.com

De ING Groep bezit een reeks merknamen in de Benelux met betrekking tot ING en HOME’BANK.  In augustus 2012, werd de domeinnaam inghomebank.com geregistreerd door een identiteit genaamd “Personal use”.

In mei 2013, stuurde ING België (vertegenwoordigd door time.lex) een schrijven met verzoek tot stopzetting naar het vertoonde e-mailadres van de domeinwebsite. Een zekere Andrius Daugela uit Vilnius antwoordde dat hij de eigenaar was van de domeinnaam en bood aan deze te verkopen voor niet minder dan 1,500 Amerikaanse dollar. 

Medio juli 2013, diende ING België klacht in omtrent de domeinnaam bij de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (“WIPO”) om de overdracht van de domeinnaam naar ING België te realiseren.

ING België heeft deze zaak gewonnen. Het panel beval de overdracht van de domeinnaam naar ING België gezien deze laatste met succes de volgende drie toetsen had doorstaan die noodzakelijk zijn voor een dergelijke overdracht: 

1. De domeinnaam was identiek aan of leek verwarrend sterk op een merknaam of dienstmerk waarop ING België de rechten bezat. Gezien ING België kon bewijzen dat het al in 1992 de handelsmerkrechten bezat op de beide woorden ING en HOME’BANK, was het panel van mening dat de domeinnaam identiek was aan die van de handelsmerken van ING, met uitzondering van één weglatingsteken. Het panel stelde dat het weglatingsteken geen belangrijk verschil was: zelfs wanneer de domeinhouder enige punctuatie toevoegde of wegliet, bleef het domein in verwarrende mate gelijkaardig ; de domeinnaam was in verwarrende mate gelijkaardig wanneer het twee van ING’s handelsmerken combineerde; en, zelfs indien HOME’BANK beschouwd werd als een generisch of beschrijvend woord, deze combinatie verwarrend gelijkaardig bleef aan het woord “home bank” met betrekking tot het online thuisbankieren van ING.

2. De verweerder had geen recht of legitieme belangen met betrekking tot de domeinnaam. Het panel kon geen enkel bewijs vinden dat de verweerder via de domeinnaam enige bona fide goederen of diensten aanbood. Het vond dat de verweerder de naam voor zijn eigen doeleinden en zonder enig bekommernis voor de legitieme merkhouder had verduisterd.

3. De domeinnaam werd te kwader trouw geregistreerd en gebruikt. Het panel bepaalde dat de verweerder op bedrieglijke wijze het publiek naar de domeinnaam afleidde door op onfatsoenlijke wijze munt te slaan uit de bekende naam van ING en door internetgebruikers te verwarren door hen er op de website op te wijzen dat deze te koop stond. Daarenboven was de verweerder uit op commercieel gewin door de twee bekende handelsmerknamen aan te bieden die in de domeinnamen vervat zaten. Vervolgens stelde het panel vast dat de verweerder al gelijkaardige handelingen had gesteld door andere domeinnamen proberen te verkopen. Verder bewijs van kwade trouw was zijn duidelijke bedoeling om zijn ware identiteit te verhullen door als naam “Personal use” te gebruiken.

Voor merkhouders zijn er opmerkelijke aspecten betreffende de ING-kwestie:

1. Een snellere resolutie.  In nauwelijks twee maanden na het indienen van de klacht, volgde bevel om de domeinnaam naar ING België over te brengen. Dit relatief snelle verloop toont het voordeel van het gebruik van het aangewezen arbitrageproces in dergelijke zaken.

2. De verweerder die zijn belangen niet verdedigt. Zodra het effectieve aanbod om de domeinnaam te verkopen werd genegeerd, nam de verweerder niet deel aan de daaropvolgende procedure en was hij zelfs bereid het bezit van de domeinnaam te laten verlopen. Dit benadrukt dat, eens een merkhouder duidelijk maakt dat hij niet is geïnteresseerd om over een aankoop te onderhandelen, de bestaande domeinhouder vaak niet eens tussenkomt in de zaak.

3. Registrars en valse aanvragers. Het panel drukte haar ongenoegen uit over het vermogen van registrars om domeinnamen toe te kennen aan wat duidelijke valse aanvragers zijn, via mechanismen zoals privacy shields. Het panel zei dat de tijd was gekomen om meer van domeinnaam registrars te eisen om dit soort van resultaten te vermijden zodat er geen tijd en geld meer moeten worden geïnvesteerd om een domeinnaam aan zijn juiste eigenaar te geven. Haar herinnering aan deze boodschap zal “cybersquatting” niet elimineren; toch zal het hopelijk de meer eerzame registrars ertoe aanzetten om hun bestaande registratieprocessen te herbekijken.

Belfius – beflius.be

Belfius is een Belgische bank die in de Benelux en Europa verscheidene “Belfius” handelsmerken bezit in verband met bankgerelateerde goederen en diensten.

De verweerder, de heer Dioen Kend uit de Verenigde Staten, registreerde in juni 2012 de domeinnaam beflius.be. De website van deze domeinnaam bevat gesponsorde links naar verkopers van ongerelateerde producten en diensten en van andere banken (inclusief Belfius’ concurrenten).

In september 2012 en maart 2013, stuurde Belfius twee brieven naar de heer Kend waarin geëist werd dat hij het gebruik van de domeinnaam zou stopzetten. Deze brieven bleven echter onbeantwoord.

In april 2013, diende Belfius klacht in bij het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (CEPINA) wegens het gebruik van de domeinnaam.

De daaropvolgende maand werd de heer Kend van de klacht van Belfius in kennis gesteld en werd hij uitgenodigd een reactie in te dienen. Dat heeft hij echter niet gedaan.

In juni 2013, oordeelde het panellid dat de domeinnaam zou moeten worden overgebracht naar Belfius gezien hij van mening was dat deze laatste met succes had bewezen dat de drie voorwaarden voor een klacht waren vervuld:

1. De domeinnaam was identiek aan of in verwarrende mate gelijkend op een handelsmerk of een dienstmerk waarop Belfius de rechten bezat. Het panellid was van mening dat Belfius geldige handelsmerken had en dat er een risico op verwarring bestond, zowel fonetisch als conceptueel, tussen “Belfius” en “Beflius”.  De toevoeging van de suffix “.be” was niet relevant om de twee van elkaar te onderscheiden gezien deze enkel betrekking had op de geografische origine van de domeinnaamwebsite.

2. De heer Kend bezat geen rechten noch legitieme belangen met betrekking tot de domeinnaam. Het panellid was niet ingelicht over enig bewijs dat aantoonde dat, voorafgaand aan iedere kennisgeving van het geschil, de heer Kend de domeinnaam of een naam overeenkomstig met de domeinnaam gebruikte in verband met een bona fide aanbieding van goederen en diensten, of dat hij aantoonbare voorbereidingen had gemaakt om dit te doen. De belangrijkste bewijsbron, de website van de heer Kend, toonde aan dat hij commercieel gebruik maakte van de domeinnaam door op misleidende wijze internetgebruikers om te leiden zodat zij advertenties zagen die reclame maakten voor concurrenten van Belfius.

3. De domeinnaam werd te kwader trouw geregistreerd en gebruikt. Volgens het panellid kon kwade trouw op iedere wijze worden bewezen, inclusief veronderstellingen en omstandigheden die aantoonden dat de heer Kend Belfius’ merknamen kende of zou moeten kennen en desalniettemin de domeinnaam registreerde. Hij stelde dat dit een typisch geval van “typosquatting” was gezien iedere typefout ten gevolge van de twee identieke en in sequentie verschillende letters tussen de handelsnamen van Belfius en de domeinnaam internetgebruikers naar een website zouden leiden die gesponsorde links bevatte die reclame maakten voor Belfius’ concurrenten. Daarenboven oordeelde hij dat er kwade trouw aanwezig was toen de heer Kend de domeinnaam registreerde, evenals tijdens zijn gebruik ervan nadien.

Hoewel het geval Belfius over een nationale.be domeinnaam ging en een geval van  “typosquatting” was, schraagt het de eerder belichte aspecten van de ING affaire: opnieuw vond er een relatief snelle resolutie voor het geschil plaats en, eens de klacht van start was gegaan, toonde de verweerder weinig interesse in de verdediging van de domeinnaam.

Frederic Debusseré licht nader toe:

“Het blijft voor een minderheid blijkbaar aantrekkelijk om domeinnamen te registreren die beroemde handelsmerken omvatten, via “typosquatting”, of zelfs door een handelsmerk letterlijk te kopiëren, in de hoop zo geld te verdienen.  Gelukkig kunnen merkhouders deze geschillen snel oplossen door systemen te gebruiken die out-of-court domeinnaamgeschillen behandelen om hun handelsmerken te beschermen.”

Voor meer informatie over deze juridische ontwikkeling gelieve Frederic Debusseré te contacteren op (frederic.debussere@timelex.eu).

Merk op: time.lex heeft eveneens de uitspraak van het HJEU van juli 2013 over de problematiek van het gebruik van een domeinnaam door een concurrent hier beoordeeld.

Deze publicatie behandelt niet noodzakelijk ieder belangrijk onderwerp, noch ieder aspect van de behandelde onderwerpen en is niet bedoeld als juridisch of ander advies.

Lees meer

PSD2: toegang tot de rekening

Geschreven door Edwin Jacobs op woensdag 16 oktober 2013 in de categorie E-business

In juli 2013 publiceerde de Europese Commissie een pakket wetsvoorstellen met daarin een geüpdatete Richtlijn voor Betalingsdiensten (beter bekend onder de Engelstalige afkorting “PSD2”).  De PSD2 handelt wat betreft bank en betaling onder meer over toegang tot en gebruik van de informatie op betaalrekeningen door een derde partij die betalingsdiensten aanbiedt, in het jargon gekend als “access to the account”...

Achtergrond

De Richtlijn voor Betalingsdiensten (“PSD”) trad in werking in 2007 en voorzag voor de gehele EU een gemeenschappelijke basis voor de creatie van één enkele betalingsmarkt.

Sedert enkele jaren is de Europese Commissie de PSD opnieuw gaan bekijken als een onderdeel van een bredere evaluatie op betalingen in de EU. In 2012 ontving de Commissie reacties op haar Groenboek over een geïntegreerde Europese markt voor mobiele betalingen en betalingen via bankkaart en internet,  en concludeerde dat de snelheid van technologische ontwikkelingen in betalingsdiensten betekende dat verdere maatregelen en reglementerende updates, met inbegrip van aanpassingen van de PSD, vereist waren. De richtlijn inzake elektronisch geld wordt eveneens herzien.

In juli 2013, publiceerde de Europese Commissie een pakket gerelateerde wetgevende voorstellen met inbegrip van de geüpdatete Richtlijn Betalingsdiensten, PSD2, en een Verordening op Multilaterale Afwikkelingsprovisies (beter bekend als MIF’s).

PSD2 toegang tot de rekening

Voor PSD2 was “toegang tot de rekening” een veel bediscussieerd concept onder regulatoren (zoals de Europese Centrale Bank), banken en dienstverleners.

Wanneer technologische innovatie razendsnel begon te evolueren, werden online bankieren en aanverwante diensten gezien als een potentiële facilitator om online zaken te doen. Informatie, meer bepaald informatie uit bankrekeningen van klanten, kon potentieel de “grondstof” uitmaken voor een nieuw soort van diensten, bestemd voor het vergemakkelijken van e-commerce processen.  Of dergelijk potentieel ook een commerciële realiteit zal worden, valt nog af te wachten.

PSD2 (Artikels 58-59) beoogt de opening van betaalrekeningen te vergemakkelijken en gaat verder dan de traditionele band tussen klant en bank, door een brede variëteit aan mogelijkheden aan te bieden voor derde partijen wat betreft de aangeboden informatie  en/of betalingsinitiatiediensten. De doelstellingen van “toegang tot de rekening” zijn: de concurrentie tussen aanbieders te versterken (banken en derde partijen), gunstige innovatie voor eindgebruikers te doen ontstaan, en de markt voor digitale diensten te vergroten. 

In dit stadium echter, brengt “toegang tot de rekening” een aantal kwesties ter sprake die in de aankomende wetgevingsberaadslagingen door de Europese Raad en het Europees Parlement in overweging zullen worden genomen, waaronder:

Toezicht en vergunningverlening: “toegang tot de rekening” moet een “level playing field” bewaren in de betalingsmarkt en een correcte vergunningverlening en toezicht verzekeren van alle types van dienstaanbieders (inclusief derde partij dienstaanbieders die diensten aanbieden die toegang tot betaalrekeningen verschaffen).

Veiligheid en fraudepreventie: toegang tot de bankrekening van een klant verlenen aan een derde partij dienstaanbieder houdt risico’s in, gezien het delen van relevante gegevens met een derde partij bloostelling aan veiligheidsrisico’s vergroot (zoals hacking). Men moet daarom de voorzorg nemen om te verzekeren dat diensten die toegang tot betaalrekeningen aanbieden veilig zijn voor alle betrokken partijen. Uitvoerige duidelijkheid tussen banken en derde partij dienstaanbieders betreffende veiligheidsauthenticatie en identificatiemethoden zijn noodzakelijk om fraude en veiligheidslekken te voorkomen. Deze duidelijkheid kan op verscheidene wijzen worden bereikt, bv. via een contract tussen de bank en de diensten die toegang tot betaalrekeningen aanbieden, of door zich te houden aan een (toekomstig) reglement of bedrijfsnorm, of misschien via een standaardovereenkomst die kan worden opgesteld door de Europese wetgever, zoals gebeurd is met het Europese modelcontract voor de overdracht van persoonsgegevens naar derde landen.

Consumenten- en gegevensbescherming : bankrekeninghouders vertrouwen op correct geautoriseerde entiteiten, zoals banken, om de integriteit te beschermen van de fondsen en persoonsgegevens van de houders die zich in de bewaring van deze entiteiten bevinden. Dit maakt duidelijkheid omtrent consumentenrechten en –plichten hachelijk wanneer eender welke derde partij toegang vraagt tot de betaalrekening van de consument en de banken.

Transparantie: de toegang van een derde partij dienstaanbieder tot een bankrekening moet steeds transparant zijn voor alle betreffende partijen. Klanten moeten transparantie worden gegarandeerd aangaande de gebruiksvoorwaarden van dergelijke diensten die toegang tot betaalrekeningen aanbieden.

Aansprakelijkheidstoewijzing : de toewijzing van aansprakelijkheden tussen banken en derde partij dienstaanbieders  en de rechten op compensatie in geval van schade moet worden verduidelijkt en moet zeker zijn.

PSD2: vermoedelijke wetgevende tijdschema

PSD2 is een lang wetsvoorstel (meer dan 100 pagina’s).  PSD maakte het voorwerp uit van een langdurig en voorzichtig wetgevend onderzoek. Indien we dit nemen als uitgangspunt voor het komende wetgevende tijdschema, is het waarschijnlijk dat PSD2 voor een gelijkaardige duur in beraadslaging zal worden genomen. Met de bijkomende factor van de verkiezingen van het Europees Parlement in de zomer van 2014, is het weinig waarschijnlijk dat PSD2 nog voor 2015 zal worden goedgekeurd. Een dergelijke datum zou de EU-lidstaten waarschijnlijk tot 2017 geven om PSD2 om te zetten in nationale wetgeving.

Edwin Jacobs licht nader toe:

“Deze betalingsinnovatie in de PSD2 zou moeten leiden tot een “gecontroleerde toegang tot de rekening”, hierbij volgende zaken combinerend: (1) het gemak voor de klant, (2) veiligheid voor de bank, de klant en de derde partij dienstaanbieder , en (3) de banken en de derde partij dienstaanbieders een winstgevend bedrijfsmodel toestaan.”

Voor meer informatie over deze juridische ontwikkeling  gelieve Edwin Jacobs te contacteren op (edwin.jacobs@timelex.eu).

Deze publicatie behandelt niet noodzakelijk ieder belangrijk onderwerp, noch ieder aspect van de behandelde onderwerpen en is niet bedoeld als juridisch of ander advies.

Lees meer